De oogstperiode
De oogst is de periode van het jaar waarin de druiven bestemd voor wijnproductie worden geplukt (dit betreft niet de tafeldruiven). Afhankelijk van de regio kan dit plaatsvinden tussen augustus en oktober.
Hoe wordt de oogstdatum bepaald?
Meestal wordt de oogst ongeveer honderd dagen na de bloei van de eerste druivenbloem vastgesteld, dat wil zeggen wanneer de vrucht rijp is. De druiven worden namelijk geoogst zodra ze rijp zijn, maar die rijpheid kan door veel factoren worden beïnvloed. Bijvoorbeeld de blootstelling aan de zon, het druivenras of de hoogte.
Er zijn verschillende soorten rijpheid om rekening mee te houden. Er moet dus een datum worden gekozen die ongeveer aan drie criteria tegelijk voldoet:
⦁ Technologische rijpheid: deze bepaalt de zuurgraad en het suikergehalte van de wijn (en dus het alcoholpercentage).
⦁ Fenolische rijpheid: dit verwijst naar het rijpingsniveau van de druivenbessen. Dit bepaalt de kwaliteit van de kleurstoffen en tannines.
⦁ Aromatische rijpheid: deze bepaalt de concentratie van de variëteitsaroma’s.
Om de rijpheid van de druiven te controleren, worden er bessen van elk perceel genomen. Een deel daarvan wordt geanalyseerd, de rest wordt geproefd. Daarna wordt door een prefecturaal besluit de officiële startdatum van de oogst vastgesteld: dit heet het oogstverbod.
De data verschillen per regio, maar komen meestal overeen met de volgende periodes van het jaar:
⦁ Eind augustus: Provence, Languedoc-Roussillon, Corsica. Over het algemeen zijn de oogsten in het zuiden eerder.
⦁ Begin september: Rhônevallei, Beaujolais.
⦁ Midden september: Loirevallei, Bourgondië, Bordeaux, Rhônevallei, Jura, Bugey, Savoie, Centraal-Frankrijk, Zuidwesten.
⦁ Eind september: Champagne, Elzas.
⦁ Begin oktober: Cognac, Charentes, Lotharingen.
Andere soorten oogst: let op verwarring!
Er bestaan ook andere soorten oogst die niet overeenkomen met de klassieke definitie van de oogst, maar toch dezelfde naam dragen.
De groene oogst: In juli besluiten sommige wijnbouwers om bepaalde nog groene druiven van de wijnstok te verwijderen. Ze worden met de hand geplukt om de wijnstok te ontlasten, zodat deze minder vruchten hoeft te voeden. Dit leidt tot een kleinere opbrengst, maar van betere kwaliteit. Door druiven te verwijderen kunnen de overgebleven druiven meer concentratie krijgen en beter rijpen. Let er wel op dit niet te vroeg te doen, want dan kunnen de overgebleven druiven juist groter worden dan normaal, wat het tegenovergestelde effect heeft van wat wordt beoogd.
De late oogst: Sommige regio’s kiezen ervoor om later te oogsten, halverwege oktober, om rijpere druiven te krijgen die meer suiker bevatten (alleen voor witte wijnen). Dit is bijvoorbeeld het geval in de Elzas voor druivensoorten zoals Gewurztraminer of Riesling, of in het zuidwesten met Jurançon. Dit heeft ook invloed op de kleur van de wijn, die meer strogeel wordt.
Er zijn ook zeer late en uitzonderlijke oogsten in de Elzas, Oostenrijk, Duitsland en Canada, die plaatsvinden in december of januari. Dit levert de zogenaamde ijswijnen op. De druiven moeten zeer rijp zijn en het sap in de bessen moet bevroren zijn (temperaturen tussen -6° en -12° zijn nodig). De druiven worden dan nog bevroren geperst en daarna laat men ze gisten. Dit geeft een zeer zoete wijn die geserveerd moet worden op 6° als aperitief, bij het dessert of bij kaas. Omdat de oogst zo laat is, is er meer druivenverlies en zijn de oogstkosten hoger door de kou. Dit maakt ijswijn een kostbaar, zeldzaam en moeilijk verkrijgbaar product vanwege de prijs.



